forevr
De rouwkaart

Tekst voor een rouwkaart: opbouw, voorbeelden en wat u kunt weglaten

Julien Wiegandt

Julien Wiegandt

Fondateur de forevr

Célia RuedasRelu par Célia Ruedas

2 min leestijd

Een rouwkaart heeft twee taken die elkaar een beetje in de weg zitten: laten weten dat iemand is overleden, en die persoon recht doen. Het eerste past in vier regels; het tweede zou er veertig vullen.

De meeste families schrijven de kaart op de dag dat ze daar het minst toe in staat zijn. Daarom eerst het geraamte, en daarna wat er de eerste keer misgaat.

Het geraamte

In deze volgorde, want zo wordt er gelezen:

  1. Een regel of een gedicht, als u dat wilt. Twee regels zijn genoeg, en een eigen zin raakt vaak harder dan een bekend gedicht.
  2. De aankondiging. ‘Verdrietig maar dankbaar laten wij weten dat is overleden’ — of gewoon de naam.
  3. Naam en data. Voornaam, achternaam, roepnaam als iedereen die gebruikte. Geboortedatum en overlijdensdatum, plaats als die iets zegt.
  4. Wie de kaart verstuurt. De nabestaanden, in de volgorde die in dít gezin klopt. Dit is de lastigste regel van de hele kaart — daarover straks meer.
  5. Het afscheid. Datum, tijd, plaats. In besloten kring: ‘De crematie heeft in besloten kring plaatsgevonden.’
  6. Een slotregel, als het nodig is: een verzoek om een gift in plaats van bloemen, met de ontvanger erbij.

De regel met de namen

Hier ontstaan de conflicten, niet bij het gedicht.

Wie staat erop, in welke volgorde, en met welke achternaam? De ex-partner? De vriendin van de laatste twaalf jaar? Het kind dat al jaren geen contact had?

Er is geen regel die dit oplost, en de drukker heeft hem ook niet. Twee dingen die helpen: een kaart die iemand weglaat wordt gelezen als een uitspraak, ook al was dat niet de bedoeling, en daarna is er niets meer aan te doen. En als het gezin er niet uitkomt, zijn twee verschillende kaarten aan twee kringen een uitweg die niemand dwingt.

Wat u kunt weglaten

Praktisch alles behalve de vier dragende gegevens.

Het beroep, de onderscheidingen, de opsomming van kleinkinderen bij naam: dat staat er vaak omdat het er altijd staat. Vraag u bij elke regel af of iemand die er níét bij was hem nodig heeft. Zo niet, dan hoort hij ergens anders — in de toespraak, in het herinneringsboekje, op de gedenkpagina.

En schrijf eerst te veel. Schrappen uit iets wat er staat lukt; beginnen bij een leeg vel op die dag lukt bijna niemand.

Digitaal erbij

Bijna alle drukkers bieden tegenwoordig een online rouwkaart of een condoleanceregister aan. Dat is handig, maar het heeft een houdbaarheidsdatum: veel diensten halen de pagina na een aantal maanden offline, en wat er in het register staat verdwijnt ermee.

Als de kaart naar iets moet verwijzen dat blijft, laat hem dan verwijzen naar iets van uzelf. Eén regel volstaat: een adres waar de foto's, het levensverhaal en de berichten staan — en dat er nog is als de dienst heeft opgeruimd.