De meeste mensen schrijven niet omdat ze bang zijn het verkeerd te doen. Dat is de meest gemaakte fout: zwijgen doet meer pijn dan een onhandige kaart. Nabestaanden zeggen het bijna allemaal — ze weten nog wie er schreef, zelden wat er stond.
Schrijf dus. Ook kort. Ook te laat.
Gecondoleerd, sterkte — en dan
‘Gecondoleerd’, ‘Sterkte’, ‘Heel veel sterkte gewenst’: er is niets mis mee, en een kaart die alleen dat zegt, is beter dan geen kaart. Maar het zijn de woorden waarmee een kaart begint, niet de kaart zelf. Een familie ontvangt er in één week vijftig van.
Drie dingen, en het eerste is het belangrijkste:
- Noem de naam. ‘Ik denk aan je’ is lauw. ‘Ik denk aan je, en aan Bert’ bereikt iemand. Wie rouwt, wil de naam lezen, niet zien hoe hij wordt omzeild.
- Zeg één concreet ding over hem of haar. Een herinnering, een eigenschap, een keer dat ze u geholpen heeft. Dat is het echte geschenk: u geeft de familie een stukje dat ze nog niet had.
- Bied iets aan met een dag erbij, als u het meent. ‘Ik kom donderdag iets te eten brengen, zeg maar of dat uitkomt’ is honderd keer meer waard dan ‘laat het weten als ik iets kan doen’ — want niemand laat het weten.
En vraag niets terug: een kaart die niet beantwoord hoeft te worden, kost de ontvanger niets.
Wat pijn doet zonder dat u het wilt
Goed bedoeld, en toch:
- ‘Hij is heengegaan’, ‘ze is ingeslapen’. Veel nabestaanden vinden die omschrijvingen ontwijkend. ‘Overleden’ is een hard woord, maar het klopt, en het lezen lucht meer op dan het kwetst.
- ‘Ik weet wat je doormaakt.’ Nee. Ook wie zelf iemand verloor, kent dÃt verdriet niet.
- ‘Hij hoeft niet meer te lijden’, ‘het is beter zo’. Dat vraagt de familie stilzwijgend om opgelucht te zijn terwijl ze kapot is.
- ‘Je moet sterk zijn’, ‘de tijd heelt alle wonden’. Weer een opdracht erbij, op een dag dat er al genoeg te dragen is.
- Over uzelf beginnen. Uw eigen verlies vertellen verplaatst het onderwerp.
Naar gelang uw band
U staat dichtbij. Schrijf kort, en over de overledene, niet over de dood.
‘Ik moet steeds denken aan die keer dat je vader ons om twee uur ’s nachts kwam ophalen zonder één vraag te stellen. Ik ben er, op elk uur van de dag.’
U was collega. U kende een deel van Marijke dat de familie niet kende — dat is ook waar het om draait als u spreekt op de uitvaart van een vriend of collega.
‘We hebben zes jaar samengewerkt. Marijke was degene naar wie je toe ging als een dossier misliep, en ze heeft dat nooit iemand laten voelen.’
U bent de buurvrouw. U zag de dagelijkse kant.
‘Elke ochtend om half acht veegde Bert de stoep en zwaaide hij naar de kinderen op de fiets. De straat is stiller nu. Boodschappen nodig? Ik loop toch.’
U bent een oude vriend, en het contact was verwaterd. Verontschuldig u niet uitgebreid; schrijf wél.
‘Joost en ik hebben elkaar tien jaar niet gesproken, en toch hoorde ik de hele dag zijn lach in mijn hoofd. Ik denk aan jullie.’
U bent de ex-partner. De moeilijkste kaart, en vaak de meest gewaardeerde: kort, zonder aanspraak, aan wie nu het dichtst staat.
‘Ik hoorde het via de kinderen. Ik heb veel goede jaren aan Joost te danken, en ik wilde jullie laten weten dat ik aan jullie denk.’
Kaart, appje, of allebei
De kaart gaat naar het correspondentieadres op de rouwkaart — niet altijd het adres van de partner of de kinderen, en dat is precies waarom het erop staat. Een appje is prima voor de naaste kring, in de dagen dat de familie tussen de regeldingen door alleen zit; een kaart komt later aan, als iedereen is opgehouden met bellen. In het condoleanceregister geldt dezelfde regel: de naam, en één zin van uzelf.
En schrijven op de eerste sterfdag is het zeldzaamste gebaar van allemaal, en het meest gewaardeerde — dan staat de familie er alleen voor.
Wat er van die berichten wordt
Een familie krijgt in een paar dagen tientallen berichten, via drie of vier kanalen, en leest er maar een deel van. Een half jaar later zijn de meeste onvindbaar — weggezakt in gesprekken, of achtergebleven op een oude telefoon.
Staat u dicht bij de familie, dan is een van de nuttigste dingen die u kunt doen: die berichten ergens bij elkaar brengen terwijl ze nog binnenkomen. Het zijn deze woorden die, jaren later herlezen, zeggen wat Marijke voor anderen heeft betekend.



